Spelletjes, executieve functies, sociale ontwikkeling en nog meer………

Einde zomervakantie, we gaan weer beginnen. Terug in het ritme, de wekker wordt weer gezet en de verwachtingen bouwen weer op. Had ik me net zo voorgenomen om in de “vakantie-stand” te blijven. Dat is dat heerlijke relaxte gevoel dat je graag voor altijd wilt vasthouden. Het is ook de stand waarin mijn creativiteit weer gaat vloeien en ik met de “beste” ideeën op de proppen kom. Ben ik ze alleen weer vergeten op te schrijven! Dat komt de volgende keer dan maar weer……….

Wat ik niet vergeten ben is om lekker veel gezelschap-spelletjes te spelen. Scrabble, Phase10, Sequence, gezellig met elkaar om de tafel. Lachen, elkaar uitdagen en daarbij soms winnen maar ook je verlies kunnen nemen. Onder de hand bezig met letters en cijfers, plannetjes maken hoe het beste aan te pakken of hoe kan ik mijn tegenstander slimmer af zijn? Het heeft alles in zich dat we nodig hebben om ons blijvend scherp te houden en te ontwikkelen.

Spelletjes spelen met elkaar heeft dus alles in zich om het leren-leren te ondersteunen. Het maakt je sociaal vaardig (wachten op je beurt, omgaan met winst en verlies). Het ondersteunt de executive functies (taakgedrag-timemanagement-planning-organisatie en concentratie). Mijn inzet van jaren om scholen en ouders het belang van de zelfinstructie methode van Meichenbaum (beertjes) in te laten zien wordt weer aangewakkerd. Wat-Hoe-Doen-Evalueren is de basis van ons zijn. Of het nou leren in de klas is, een sport in het veld beoefenen of een spel aan de tafel met elkaar spelen. Je bent het beste af als je de situatie kunt overzien, ordening aanbrengt en volgens een plan aanpakt.

Mocht je het van de pro’s willen horen dan kan ik je het boek “Leren Leren” van harte aanbevelen. Het is een handboek waarin heel veel informatie staat met name voor het voortgezet onderwijs en na het gelezen te hebben is volgens mij veel ervan toepasbaar in het basisonderwijs. Het is met name geschreven voor docenten, en volgens mij perfect voor docenten in opleiding, en met wat doorzettingsvermogen ook een bron van informatie voor ouders. Een leuk detail is dat de schrijvers zijn genomineerd voor de NRO prijs die op 2 november zal worden uitgereikt. Ik zou zeggen lezen!

Wil ik met dit inzicht iedereen weer een goede start van het schooljaar 2016-2017 wensen. Blijf die spelletjes met elkaar spelen en lees dat boek!

omslag-leren-leren_site

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot de volgende keer :-)

#nietvoorsofties: boek voor kinderen met kanker

Zooooooo trots op mijn oud-leerling Tonja Elbers. Inmiddels een vrouw die weet wat ze wil en weet hoe je de grootste tegenslagen in het leven naar je hand kunt zetten!

Ze was nog een meisje toen ik door haar ouders gevraagd werd om met haar te werken. Nadat er een hersentumor bij haar was ontdekt volgde er een lange en zware weg. Volledig herstel niet mogelijk, was de uitkomst. Alhoewel de tumor goedaardig is maakt de plek waar die zich in haar hersens bevindt een volledig herstel onmogelijk. Ja en dat is even een dingetje………want hoe gaat je toekomst er dan uitzien? Ik heb het in de tijd dat ik met haar werkte vaak met haar gehad over hoe ze haar toekomst zag en wat ze zou willen gaan doen? Dieren, dat zeker, een eigen boerderij met veel dieren. De boerderij is het (nog) niet geworden maar de liefde voor de dieren is er nog altijd. Haar konijnen zijn haar alles.

Toen ik Tonja jaren later weer tegen kwam op de sportschool, vertelde ze me dat ze nu pas goed begreep hoe “de beertjes” werken, de zelfinstructie methode van Meichenbaum die ik bij al mijn leerlingen inzet (Wat-Hoe-Doen-Nakijken zijn de stappen die je altijd maakt om ordening aan te brengen bij wat je ook doet). Ook vertelde ze mij dat het noodlot weer toe had geslagen. Een hersenbloeding heeft er voor gezorgd dat ze naast haar problemen, veroorzaakt door de tumor, nu ook minder goed hoort, ziet en evenwichtsstoornis heeft. Hoe knap is het dan dat je toch jezelf er toe zet om te sporten en zoals ik op haar boekpresentatie zag, danst met haar geliefde! En ook nog eens mijn favoriete dans de Jive!!

Ja, je leest het goed: een boekpresentatie! Tonja (26) heeft zichzelf “uit een zwart gat geschreven” zoals ze zelf zegt. Door haar verhaal op papier te zetten en in verhaalvorm voor kinderen te gieten, hoopt ze kinderen met kanker te helpen. Het is een aanrader: “niet voor softies!” een boek dat vlot geschreven is, makkelijk wegleest en met een intense boodschap. Niet alleen voor jong maar ook voor oud en zoals haar neurochirurg Prof. Dr. W.C. Peul als voorwoord in haar boek schrijft: “een must read voor vele behandelaars van kinderen en jongvolwassenen met kanker…..” Do I need to say more?

Image-1

Koop het boek, geef het door en zorg dat haar verhaal gehoord wordt en…….houd haar in de gaten want ze is nu met een tweede boek bezig. Nogmaals het verhaal maar dan niet verpakt in de derde persoon maar in de eerste persoon, haar verhaal!!!

 

 

 

Tot de volgende keer :-)

 

Veranderingen in de gezondheidzorg en passend onderwijs toch wel wat haken en ogen….

Sinds 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid van de jeugdzorg van het Rijk overgeheveld naar de gemeenten. Gemeenten moeten hun eigen beleid vormgeven t.a.v. de jeugdzorg binnen de geestelijke gezondheidzorg. Dat heeft geresulteerd dat behandelaars zich konden inkopen om in aanmerking te komen als behandelaar. Heeft een behandelaar geen overeenkomst met de gemeente afgesloten is behandeling niet mogelijk, of ouders moeten het zelf betalen. Dat betekent dat verwijzers, zoals scholen en anderen die met kinderen werken voor een voldongen feit worden gesteld. Doorverwijzen naar een vertrouwd persoon kan daardoor een probleem zijn. Laat ik voorop stellen dat er veel goede behandelaars zijn, maar soms ben je er van overtuigd dat voor een specifiek kind een bepaalde behandelaar een goede match is. Of omdat het gewoon logisch is, zoals blijkt uit het volgende praktijk voorbeeld.

Een gezin met meerdere kinderen waarvan twee al een aantal jaren behandeld worden door een behandelaar uit een aangrenzende gemeente. De ouders hebben goed contact en vertrouwen in de aanpak van deze behandelaar. Nu is een volgend kind ook gediagnostiseerd en heeft een vergelijkbare behandeling nodig als de andere twee. Je zou denken: dan is het in alle opzichten verstandig en handig om naar dezelfde praktijk te gaan. Helaas is dat onder de nieuwe regeling niet meer mogelijk. Ouders worden nu voor de keus gesteld voor verschillende kinderen verschillende behandelaars in de arm te nemen. Deze inperking van mobiliteit en vrije keuze zie ik als een verschraling van onze zorg. Het doet afbreuk aan een zorgvuldig opgebouwde relatie die een goede behandeling ten goede komt. Niet alleen dat, maar ik kan me zo voorstellen ook nog kosten besparend, denkende alleen al aan een versnelde intake.

Maar wat ik nu schets t.a.v. het veranderde beleid in de gezondheidzorg geldt ook voor het onderwijs. Sinds 1 augustus 2014 is het passend onderwijs een feit. Vandaag een heel stuk in het Haarlems Dagblad 26-2-2016 “Ruzie om kinderen uit IJmond” waar een school in Haarlem met een Regio functie binnen het passend onderwijs, keihard tegen op loopt. Samenwerkingsverbanden die hun eigen beleid moeten maken om leerlingen met een specifieke hulpvraag juiste scholing te bedienen, zorgt voor problemen. De bureaucratie zorgt er voor dat instanties zich keihard tegen elkaar opstellen. Het gekissebis door het verschuiven van verantwoordelijkheid en beleidsvorming zonder enige vorm van richtlijnen zorgt voor diversiteit aan regelgeving en daardoor veel onrust.

Den Haag geeft mij een beetje het gevoel dat er door de verregaande bezuinigingsmaatregelen er een puinhoop van gemaakt is. De problemen door hebben geschoven naar de lagere overheden en nu op afstand kijkt hoe het zich zal gaan ontwikkelen….. Dat we met z’n allen moeten bezuinigen is duidelijk, maar we willen toch ook dat wij een land zijn waar het onderwijs excellent is en iedereen goed passende medische hulp kan krijgen?

Tot de volgende keer :-)

 

 

 

 

Hij komt, hij komt………

Drukke en spannende perioden breken aan voor onze kinderen.

Het begint al met die prachtige lampionnen voor Sint Maarten waarmee ze langs de deuren snoepjes ophalen. Daarna de intocht van de Sint met weken van spanning wat er toch allemaal in die schoen en op pakjesavond je te wachten staat. Met als afsluiting de Kerst en Oudjaarsavond. Gelukkig is het daarna even twee weken niets om van dit alles weer bij te komen, als er tenminste niet geskied gaat worden.

Uit de verhalen van mijn moeder weet ik dat voor mij de feestmaand december en januari (de maand dat ik verjaar) “verloren” maanden waren op school. Teveel prikkels, teveel spanning maakten dat ik er mijn koppie op school niet meer bij kon houden. Ja en daar doe je echt niets aan. Dat weet ik uit eigen ervaring maar inmiddels ook van mijn eigen kinderen en al die leerlingen die ik mag begeleiden. Er zijn er die het goed aan kunnen en gewoon doorgaan. Maar het zijn juist “mijn” kids, die het toch al wat lastiger hebben op school, die de aankomende maand(en) het een stukje zwaarder hebben. Gaan we daar iets aan doen? Nee, gewoon accepteren en rekening mee houden. Thuis en op school begrijpen dat het even niet anders is.

Deze feestelijkheden kunnen we wel aangrijpen om ze te stimuleren aan hun ontwikkeling te blijven werken. Bijvoorbeeld bij het uitzoeken van de cadeautjes die we ze geven. Een bevriende collega gaf mij ooit de tip over het geven van cadeautjes aan je kind:
*iets creatiefs; denk aan de fijn-motorische ontwikkeling
klei, verf, prik- en vlecht-werkjes

*iets sportiefs; denk aan de grof-motorische ontwikkeling
balspellen, spring- duw- en trekmaterialen

*iets constructiefs; denk aan ruimtelijk-visuele ontwikkeling
bouwdozen, timmeren, knikkerbaan, modelbouw

*iets leerzaams; denk aan de cognitieve ontwikkeling
lezen , schrijven, logisch redeneerspelletjes

Ga samen met je kind op ontdekking hoe de nieuwe aanwinsten werken. Stimuleer je kind om eerst zelf na te denken over hoe iets werkt of in elkaar zit. Niet voorzeggen maar aansturen bij het zelf ontdekken. Komt je kind er echt zelf niet uit probeer het dan eens volgens deze weg: Voor-doen-Samen-doen-Zelf-doen. Je kind leert op die manier van jouw voorbeeld, leert de juiste weg tot oplossingen te komen en ervaart niet de frustratie van het “toch niet voorelkaar krijgen”. Een volgende keer, bij een vergelijkbaar spel of opdracht, kun je voor je kind de link leggen naar een vorige ervaring die goed verlopen is. Daag uit om eerst zelf na te denken en tot een oplossing te komen. Het zal bijdragen aan het zelfvertrouwen en het oplossend vermogen van je kind.

Veel plezier bij het uitzoeken van de cadeautjes, het geven en het samen ontdekken!
Neem daar heerlijk de twee weken van de kerstvakantie voor.
Het zal iedereen goed doen!

Om bij je kind het lezen te stimuleren heb ik een leuke “stocking-stuffer” uit de USA meegenomen: “Mark-my-timeTM is een handige boekenlegger met tijdsregistratie. De timer kan ingezet worden om een bepaalde leestijd te markeren maar kan ook bijhouden hoeveel tijd je al gelezen hebt! Deze boekenlegger (eenvoudige uitvoering) is via mijn website te bestellen,laat je gegevens achter als reactie. De kosten zijn €12,95 (zonder verzend kosten).

Tot de volgende keer :-)

 

Kinderboekenweek thema “Raar maar waar”

Het thema van de aankomende kinderboekenweek (7-18 oktober 2015).

Centraal staan natuur, techniek en wetenschap, hoe uitdagend is dat! Wat een mooi thema voor kinderen om ze uit te dagen te gaan lezen. Het is namelijk gebleken dat kinderen tegenwoordig minder lezen. Ze hebben het druk met andere activiteiten en zijn meer visueel ingesteld o.a. door tv, computer en ander scherm activiteiten.

Toch is juist het lezen zo belangrijk. Want weet je dat als je kind één jaar lang 20 minuten per dag leest het zo’n één miljoen woorden onder ogen krijgt. Niet alleen dat maar het bevordert ook nog eens de spelling, grammatica en stelvaardigheden.

Het blootgesteld worden aan zoveel woorden zorgt voor de opbouw van je woordenschat. Een goede en grote woordenschat is belangrijk voor het begrijpen en interpreteren van teksten. Weten dat een woord meerdere betekenissen kan hebben leer je als je dat woord in verschillende contexten tegenkomt en leert te begrijpen. Naast een letterlijke betekenis kan een woord ook een figuurlijke betekenis hebben. Het begrijpen van figuurlijk taalgebruik is belangrijk in de sociale omgang en je staande leren houden in de maatschappij. Dus lezen is niet alleen een techniek die je beheerst, het leert je grip te krijgen op je leven.
Kijk eens naar dit filmpje met belangrijke info omtrent: Meer lezen, beter in taal.

Daag je kind daarom uit om zelf een boek te lezen door leestijd te creëren………

  • “Lezen en rijden”: tijdens het rijden van en naar activiteiten is een mogelijkheid, als je kind geen last heeft van wagenziekte.
  • “Boek in je tas”: neem eens een boek mee naar een afspraak waar je de kans loopt dat je moet wachten zoals een afspraak bij de tandarts of dokter.
  • “ Van alles en nog wat”: krant, tijdschrift, strip, recepten, ingredientenlijsten etc. Wat ze ook lezen het helpt hun leestechniek en woordenschat.
  • “Beter dan TV”: laat je kinderen bijhouden hoeveel tijd ze aan een schermactiviteit besteden versus het lezen. Beloon de extra leestijd!!

……..en door boeken te zoeken die bij de interesse van je kind passen.

Veel leesplezier en tot de volgende keer :-)
en laat eens weten wat je van dit Blog vindt…..

 

 

 

 

 

Gastblog: Jezelf durven zijn

Achteraf realiseerde ik me pas ik dat ik bij binnenkomst al voelde dat er iets niet klopte. Het was mijn zoon die sneller was dan ik en zich niet liet leiden door de autoriteit van de waarnemend tandarts. Het was haar houding, haar uitstraling en haar focus op de klok die verder tikte. Een nauwelijks zichtbare en vooral tijdrovende aanpak als je een kind voor je hebt dat wil begrijpen wat je gaat doen. De vrouw, getekend door beperkt geduld, liet hem de keuze: ‘of je doet het op mijn manier, of je gaat naar huis’. Het was het laatste waar mijn dappere zoon voor koos.

‘Liever kiespijn dan nu geholpen, bij onze tandarts voel ik me tenminste veilig’, aldus de woorden van een jongen van 9. Vier dagen later werd hij met vier verdovingen verlost van zijn kies door onze tandarts Hans. Dansend ging hij heen en zingend kwam hij terug. Bijzonder eigenlijk. Wat doet Hans wat de waarnemer niet doet? Je kunt je er een voorstelling van maken.

Interessanter vind ik de vraag hoe mijn eigenzinnige zoon eigenlijk handelt. Zonder gene van ‘wat de bedoeling is’, gewoon heel dichtbij zichzelf maakt hij een logische keuze. Een kwestie van lef zou ik zeggen. Ik stond er bij en keek er naar, zelf geïntimideerd door de waarnemer als autoriteit, die mij maande mijn zoon hartig toe te spreken.

Mijn zoon is anders dan anderen. Hij weet wat hij wil en steekt dat niet onder stoelen of banken. Voor anderen is dat soms lastig. En daarmee voor hem. We leren in systemen iets op een bepaalde manier te doen, op te lossen. Zoals het hoort, zoals wij met elkaar afgesproken hebben. Als jij dan net even anders kijkt, naar het totale plaatje bijvoorbeeld in plaats van lijnen of in beelden in plaats van letters, dan heb je een bewogen schooltijd.

Een zoektocht voor een kind of volwassene, die niet in het systeem past. Het algemene verlangen heerst om er een etiketje op te plakken, zodat we het in het systeem kunnen snappen en kunnen behandelen of dempen. En dat terwijl er zo veel historische voorbeelden zijn dat juist “het anders zijn” de toegevoegde waarde is voor verandering.

Historisch bewijs of niet, toch niet zo gemakkelijk. Het vergt in de basis durven zijn wie je bent, anders dan de ander, en vraagt een grote dosis aanpassingsvermogen. Waar ben ik en wie zit er voor mij, waar liggen de grenzen en hoe kan ik hier aansluiten vanuit mijn eigen ik. Je kunt het doseren of beteugelen noemen of een kunst om te bewegen. Met de eigen waarden als belangrijkste basis.

Naast moeder van drie prachtige zonen werk ik dagelijks met dappere dokters en wetenschappers om voorbij grenzen te kijken en innovaties te ontwikkelen. Het vergt lef om jezelf te kunnen zijn en buiten de lijntjes te kleuren. Maar het levert ook op. Jezelf zijn geeft kleur, het inspireert, het brengt je op ideeën, het herinnert je aan het kind zijn en het doet bewegen. Ik geloof dat we er een mooiere wereld mee kunnen creëren.

Vanuit die gedachte en met de onbevangenheid en het lef van kinderen als bron, heb ik het kinderboek Vlindertaal geschreven. Vlindertaal gaat over een diertje dat leeft in een blauwe wereld en houdt van rood. Het is bedoeld voor kinderen vanaf 5 tot 99, als inspiratie, als steun en als bevestiging.

‘Toen ik in de blauwe wereld leefde, ging ik steeds meer van blauw houden. Niet van dat echte blauw maar van turquoise de kleur van de zee. Nooit meer zag ik iets dat op rood leek. Ik zei zelfs dat ik niet van rood hield, dat dacht ik toen echt.’

Als je anders denkt dan anderen, dan maakt je dat soms boos of verdrietig. In Vlindertaal wordt de lezer meegenomen in de reizen van het diertje dat ondertussen vragen stelt. Wat doe jij eigenlijk als je boos bent? of: Wat is jouw lievelingskleur? Met al die vragen volgen lessen op het pad van het diertje, waarvan de simpelste blijkt: Het enige wat je te doen hebt is kijken in de spiegel. Dat wat jij geeft aan de wereld, dat ben jij. Als je van rood houdt: hou dan van rood, wil je rennen: ren, als je wilt zingen: zing dan!

Hoe mooi zou het zijn als we dat allemaal zouden kunnen, hoe mooi zou de wereld er dan uitzien? Als we allemaal ons zelf zouden durven zijn.

De rust en toewijding die tandarts Hans heeft om onze zoon te begeleiden diezelfde rust en toewijding heeft Lilian in de begeleiding van hem in wat dit jaar komen gaat. Met veel geduld kan onze zoon zichzelf zijn. Net wat anders en o zo bijzonder. Dank je wel Lilian.

Dit keer een Gastblog geschreven door:
Barbara Kerstens (moeder van drie zonen en is werkzaam in haar eigen bedrijf)

Vlindertaal is te koop via www.vlindertaal.nl en kost 15 euro.

Tot de volgende keer 😉

 

 

Tijdsbesef en klokkijken

belangrijk voor de algehele ontwikkeling en zelfredzaamheid van je kind

Het is al een aantal jaar geleden dat ik me voor het eerst realiseerde dat de technologische ontwikkeling naast veel positiefs ook voor problemen kon gaan zorgen. Het was één van mijn toenmalige leerlingen die mij dat duidelijk maakte. Het was zijn antwoord op mijn vraag over hoe lang hij dacht te doen over een tripje naar zijn familie elders in het land en hij mij antwoordde met; “Ik denk een dvd lang……..”

Leren is ervaren, begrippen be-leven en door-leven om ze uiteindelijk te begrijpen en te kunnen toepassen. Dat begint al vroeg, voordat je naar school gaat. Begrippen ervaar je samen met je ouders, broertjes, zusjes en vriendjes.

Een van die belangrijke ontwikkelingen die door ervaren en beleven zich ontwikkelt is tijdsbesef met in het verlengde daarvan het klokkijken. Begrippen als: een jaar bestaat uit 12 maanden en 365 dagen, ieder met zijn eigen benaming en volgorde. Bij herhaling horen dat maandag na zondag komt en dat november en december maanden zijn die elkaar opvolgen is belangrijk voor een kind. Maar ook dat november 30 dagen heeft en december 31. Dat het dé twee maanden zijn waarin de kinderfeesten van het jaar zijn, 11 november en 5 december!

Die bewustwording zorgt voor tijdsbeleving, ordening en structuur. Maar ook de tijd ervaren door doen, lopen, fietsen. Samen de weg zoeken, samen de afstand en tijd inschatten. Treintje pakken maar eerst even met elkaar opzoeken waar en hoe laat de trein vertrekt. Niet vergeten ook alvast de vertrektijd op te zoeken en… “we nemen een retourtje”. Zonder dat je het merkt ben je met begrippen rond tijd bezig. En een goed besef van tijd en ruimte zijn belangrijk voor de rekenontwikkeling.

Leren doe je dus door ervaren en …….. door  te “stampen”. Want net zo goed als dat we hebben moeten leren dat de kleur rood, rood is, moeten we leren dat de seizoenen in volgorde herfst – winter – lente – zomer zijn. Daag je kind uit deze begrippen (spelenderwijs) te leren, want de wereld bestaat niet bij de lengte van een DVD………

Ik heb een selectie van spellen en materiaal gemaakt die kunnen helpen om je kind een beter besef van tijd te laten ontwikkelen. Wat een beter moment als de zomervakantie om daarmee te starten!!

 

 

 

Een hele goede vakantie en
tot de volgende keer :-)

 

Gastblog: Krijgt jouw kind te weinig aandacht in de klas?

Zes aandachtspunten om daar beter zicht op te krijgen!

In mijn tweede kleuterklas had ik een jongetje dat kinderen beet, niet in de kring kwam zitten en thuis in de gordijnen knipte. Nu was de kniples niet mijn sterkste kant, dus ik was blij dat hij dat in ieder geval al kon. Er kwam ook nog een jongetje bij die de eerste dag melde dat zijn vader had gezegd dat als iemand hem sloeg dat hij van zijn vader terug mocht slaan. En maakte daar ook een snelle vuistbeweging bij. Als ik voor ging lezen, zat het knipjongetje uitdagend harde liedjes te zingen vanaf de vensterbank. Dit was niet zoals ik gewend was van mijn stages en mijn eerste kleuterklas. Die waren leuk en gezellig en hier moest ik op mijn tenen lopen. Op een dag kwam de vader van het knipjongetje verhaal halen, want iemand had hem met een schep geslagen en of ik dat niet gezien had. Nee, want ik had ook nog een heleboel andere kinderen die ik een leuke en leerzame dag wilde bezorgen.

Als ouder ben je natuurlijk vooral met je eigen kind bezig. Of het nou kleuters zijn of oudere basisschoolkinderen. Krijgt het wel genoeg aandacht van de leerkracht? Sneeuwt het niet onder? Verveelt je kind zich niet? Is de stof niet te moeilijk, of juist te makkelijk? Wordt mijn kind gepest of is het gewoon passend bij de leeftijd wat er gebeurd? En wat zijn de consequenties van de klassengrootte tegenwoordig voor het onderwijs? Kan de leerkracht het wel aan? Ja, de leerkracht kan het wel aan, maar de omstandigheden maken het soms te moeilijk. Vaak te veel kinderen in een te kleine ruimte. Kinderen moeten bewegen, ontdekken, zich uiten en zo veel meer. En die ruimte is er niet altijd. De maatschappij verwacht het allemaal wel van ze. IMG_5434Tegelijkertijd neemt het gamen en televisie, oftewel het makkelijk absorberen van prikkels en soms veel onzin, toe. Waar vinden we de balans dat het nog gezond is wat we toelaten? En wat betekent het voor een kind in de klas dat thuis nog niet eens zelf een spelletje meer kan bedenken? En dan te bedenken dat kinderen ook steeds mondiger en bijdehanter worden. De leerkracht moet alle balletjes in de lucht houden. Durven we onder ogen te zien dat wat er van een leerkracht gevraagd wordt ontzettend veel is? Om zo’n 30 individuen klaar te stomen vergt een enorm strakke planning. Zo strak dat, -met al het papierwerk dat er tegenwoordig bij komt kijken,- er heel goed berekend moet worden wat er uberhaupt mogelijk is. Dat is het jongleren met de tijd en de leermethodes. Waarbij middenmoot er vaak het best vanaf komt. Met goede behandelplannen kunnen uitvallers en bollebozen vaak extra in de gaten gehouden worden. Maar boven alles is natuurlijk het allerbelangrijkste dat de kinderen gelukkig zijn. Enige mate van gelukkig zijn, je goed voelen, is DE basisvoorwaarde voor het kunnen leren. Alle eer naar de leerkracht die dit voor elkaar bokst: een fijne basis, een goed aanbod van stof wat bij de leerling past, een strakke planning en ook nog leuke, originele lessen en natuurlijk een goed contact met de kinderen.

Terugkomende op de vraag: Hoe weten we of een kind aan zijn trekken komt op school?

Zes aandachtspunten om het voor jezelf op een rij te krijgen:

1.Hoe gelukkig of tevreden voelt jouw kind zich op school? Als een kind niet graag naar school wil, weet je al dat het niet gaat zoals het zou moeten.  En dat hoeft niet perse aan de school of de leerkracht te liggen. Het kan ook zijn dat een kind geen aansluiting vindt bij de groep of dat een kind beter gedijt bij een andere vorm van onderwijs. Het kan van alles zijn, maar onderzoek het, want ieder kind heeft recht op een leuke schooltijd. En ook handig om te checken: Weet de leerkracht dat het kind niet lekker gaat?

2. Hoort jouw kind bij de middenmoot of heeft het speciale aandacht nodig? Dit zou je na kunnen vragen bij de leerkracht. Die kan zelf ook heel goed vertellen wat voor klas het is en hoe hij of zij de problemen in de klas (als die er zijn) ervaart. Een open communicatie is heel belangrijk.

3. En ook als je kind wel bij de middenmoot hoort, op welke gebieden heeft jouw kind nog extra aandacht nodig? Er is altijd iets wat beter kan. En zo niet, is het weinig, dan kan jouw kind heel erg goed iets ontwikkelen waarin het toch uitblinkt. Bv. een ander kind helpen. Kijk ook samen met de leerkracht naar waar de interesses van jouw kind liggen en waarin het zich soms toch een beetje kan onderscheiden.

4. Is er een behandelplan als jouw kind extra aandacht en zorg nodig heeft? Vraag of je het in mag zien en of je erbij betrokken wordt. Je hebt daar recht op.

5. Vraag de leerkracht wat jij als ouder nog kunt doen om je kind beter te helpen.

Bijvoorbeeld als jouw kind moeite heeft met concentratie, beperk dan zeker het gebruik van televisie en computerspelletjes tot een half uur per dag. De leerkracht zal het prettig vinden om de medewerking van een ouder te krijgen.

6. Luister goed naar de signalen die een kind afgeeft. Het zijn vaak van die onopvallende momentjes tussendoor dat een kind iets zegt over hoe het gaat, dus je kunt maar beter alert zijn.

Met deze laatste tip wil ik graag afsluiten.
Vind je het fijn om meer te weten over hoe je meer contact hierover kunt krijgen met jouw kind? Download dan mijn gratis e-book “50 tips voor dieper, echter en leuker contact met jouw kind” op mijn website www.gelukineenboekje.nl

Dit keer een Gastblog geschreven door:
Annemieke Kegel (orthopedagoog en moeder)

Haar boekje is een aanrader. Ben je abonnee van de Libelle of Margriet ben je het boekje waarschijnlijk al tegen gekomen. Op 19 mei zal het in de Viva en de Flair gepubliceerd worden.

Tot de volgende keer 😉

 

Passend onderwijs; Passend opvoeden; Participatiemaatschappij

Vorig jaar ben ik gestart met het schrijven van blogs over passend onderwijs. Wat zijn de mogelijkheden en uitdagingen die dit voor het onderwijs met zich meebrengt? Die uitdagingen zijn er niet alleen voor de uitvoerders van het onderwijs zoals besturen, directies en leerkrachten, maar zullen er ook in toenemende mate voor de ouders zijn. Ik denk namelijk dat, net als in de zorg, er een groter beroep gedaan zal gaan worden op de ouders. Nu zijn ouders al jaren betrokken bij het onderwijs en kunnen hierbij dan ook als educatief partner gezien worden. Dat kan op een indirecte manier gebeuren, bijvoorbeeld als lid van een schoolbestuur, in een Medezeggenschapsraad of als ‘extra handen’ bij schoolreisjes. Direct zijn ouders natuurlijk ook thuis, als het goed is, de ondersteuner van hun kind en dat uit zich op vele manieren. Ze overhoren het leerwerk of maken samen een werkstuk. Ze zorgen voor een rustige omgeving met aandacht voor de algemene ontwikkeling van het kroost en natuurlijk geestelijk en lichamelijk goede ‘voeding’ voor de juiste energie.  De alom bekende drie R’s –Rust, Reinheid en Regelmaat- zou iedereen hoog in het vaandel moeten hebben. Op die manier helpen ouders hun kinderen om ook op school het beste uit zichzelf te halen.

Naast deze basale opvoedkundige eigenschappen waarover ouders nu al beschikken verwacht ik, met de komst van het Passend Onderwijs, dat de rol van ‘leerkrachtondersteuner’ in de nabije toekomst weleens veel groter kan worden. En dat geldt al helemáál voor ouders van een kind met een specifieke hulpvraag vanwege een leerprobleem.
Die gedachte komt niet uit de lucht vallen. Op dit moment zie ik dat veel scholen  worstelen met de vraag hoe ze de extra zorg aan een leerling met een leer- of gedragsprobleem vorm kunnen geven. Overvolle lesprogramma’s, de grootte van de groepen en een stijgend aantal leerlingen met leerproblematiek geeft de leerkrachten vaak het idee dat ze te kort schieten en niet kunnen leveren wat eigenlijk nodig zou zijn. Met enkele scholen bekijk ik of er voor een aantal van die leerlingen een gezamenlijk aanpak, met de inzet van school, RT en ouder, mogelijk is. En we proberen uit te stippelen welke rol ieder van deze drie ‘participanten’ daarbij kan spelen.

We kwamen tot een taakverdeling. Instructie geven en het verzorgen van oefenstof blijft de taak van de leerkracht, al dan niet in samenspraak met de RT-er. Oefenen dient het liefst binnen de reguliere schooltijd te gebeuren, maar ouders kunnen helpen wanneer blijkt dat er tijdens schooltijd onvoldoende mogelijkheden zijn. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt overigens dat de ouders daarbij wel een goede instructie moet krijgen over de manier waarop geoefend moet worden. Goed overleg en tijdige evaluatie tussen de drie partijen is van groot belang om op tijd bij te sturen als de aanpak (nog) niet afdoende is. Dit alles kost natuurlijk tijd en inzet van álle betrokkenen en vergt een open houding van alle partijen bij de communicatie over het kind.

De scholen en ik hebben wel fiducie in deze aanpak. En ik weet zeker dat ouders zullen inzien dat Passend Onderwijs en Passend Opvoeden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. We kunnen aan de slag, denk ik. Naast specifieke instructie, afgestemd op het individuele kind, zijn er ook algemene tips. Ben je benieuwd naar die algemene tips blijf mijn Blog dan in de komende maanden volgen!
Voor algemene  informatie over passend onderwijs in de regio Zuid Kennemerland: www.passendonderwijs-zk.nl

Tot de volgende keer :-)

Passend onderwijs; een ‘schoolvoorbeeld’

Dank je Thomas

Met dank aan Thomas

Ik heb na 4 ½ jaar mijn samenwerking met mijn vriend Thomas afgerond. Een leerling met een tomeloze inzet, gigantische innerlijke motivatie en een groot doorzettingsvermogen. Hij “zwaait” nu af van de Antonius basisschool en een toekomst in het Voortgezet Onderwijs ligt voor hem. Nieuwe uitdagingen zullen er volop zijn, maar ik heb het vertrouwen dat het hem gaat lukken. En ik hoop dat de school waar hij nu naartoe gaat begrijpt en accepteert wat hij, ondanks zijn Dyscalculie, nodig heeft om zich op reken- en wiskundegebied te kunnen blijven ontwikkelen.

Dat accepteren en compenseren (zorgen voor de juiste instructie, leer- en hulpmiddelen) is wat zijn huidige school hem zeker heeft gegeven waarmee hij de mogelijkheid kreeg om zich ten volle te kunnen ontwikkelen. Dat was niet altijd makkelijk. Want als je als leerling verloren raakt in een proces waar geen begin en eind meer aanzit en waarin je niet  weet hoe je iets moet aanpakken om tot een goed einde te brengen, dan werkt dat zeer demotiverend en krijgt het zelfvertrouwen een knauw. Gelukkig hebben ouders en school dit risico tijdig ingezien en verregaande maatregelen durven nemen om hem te helpen met zijn verdere ontwikkeling. Naast alles wat ouders en school investeerden heb ik ook mijn steentje  mogen bijdragen door het opzetten van een op hem toegespitste rekenleerlijn. Deze bleek succesvol, niet in het minst mede dankzij de samenwerking met de ouders, de leerkrachten, de Intern Begeleider, en de schooldirectie.  De inzet van compenserende middelen waren gelukkig daarbij nooit een punt van discussie.

Toen Thomas op de basisschool kwam bleek al snel dat de “zakrekenmachine” in zijn hoofd niet  functioneerde zoals bij de gemiddelde leerling. Hij had wel inzicht in de rekenprocessen, maar bleek niet in staat te zijn om sommen uit te rekenen. In zo’n geval loopt een kind vrij snel vast in het leerproces. Bij het zoeken naar een oplossing voor dit probleem was iedereen het erover eens dat een rekenmachine een uitkomst zou zijn zodat Thomas kon laten zien welke onderdelen van het rekenen hij wel en welke onderdelen daarvan hij niet kon beheersen. Die rekenmachine gebruikt hij niet alleen bij het dagelijkse rekenwerk maar ook bij toetsen. En dat in een periode waarin Cito het gebruik van de rekenmachine verbood waardoor veel scholen de rekenmachine niet toestonden.
Daarnaast was het mijn taak om steeds, in elke fase van ontwikkeling, opnieuw heel goed te kijken en luisteren naar de behoeften van Thomas. Een tijdrovend proces dat alleen in de één op één begeleiding mogelijk is. In het begin betekende dat veel knip- en plakwerk om de stof overzichtelijk en behapbaar te maken en het zoeken van lesmateriaal dat op zijn niveau nieuwe stof aanbood zonder daarbij te grote stappen te zetten. Gelukkig vond ik het Maatschrift rekenen van de methode “Alles Telt”. Een methode waarmee Thomas ook echt verder geholpen kon worden, toegespitst op zijn situatie. De rustige opmaak, de stapsgewijze opbouw van rekenonderdelen met de juiste herhaling: het bleek een perfect instrument om Thomas te helpen bij zijn ontwikkeling en vanaf groep 5 resulteerde dat ook in een gelukkig kind. Als ik hem daarna nog wel eens vroeg of hij weer met de groepsmethode zou willen meedoen, wist hij niet hoe snel hij de voordelen van zijn Maatschrift aan mij moest opsommen. En hij is inmiddels een kind vol zelfvertrouwen. Zijn wiskunde boek voor volgend schooljaar heeft hij al gezien en hij vertrouwde me toe dat het wat dat vak betreft wel goed zit: “Het is erg overzichtelijk”, zo zei hij.

De begeleiding van Thomas noem ik een “schoolvoorbeeld” van “Passend Onderwijs”. De behoefte van het kind staat centraal. Er wordt gekeken naar wat er nodig is en hoe we dat kunnen bereiken. Dat kost heel veel vertrouwen, communicatie en inzet van alle partijen. De ouders van Thomas hebben mijn nota’s, als  externe RT, betaald. Zoals ‘Den Haag’ het nu geregeld heeft verandert dat per 1 augustus dit jaar en zijn de scholen zelf verantwoordelijk voor de inzet en financiering van dit soort hulp. Ik hoop van harte dat dat gaat lukken, want ik vind dat alle ‘Thomassen’ de kans moeten krijgen om zich volledig te kunnen ontwikkelen en daardoor met vertrouwen de toekomst tegemoet moeten kunnen zien. Dank aan ‘mijn’ Thomas, zijn ouders en de Antoniusschool in Aerdenhout! Ook voor mij is dit een hele mooie periode geweest waarin ook ik veel geleerd heb!

Tot de volgende keer :-)